
Wim Wondergem (65). Vrijgezel. Geboren op Ritthem. “Ja, kijk in die voorkamer daar.” Tuin- en akkerbouwer. “De twintig koeien die ik nog had zijn weg. Dat was helaas niet meer rendabel.”
“Vrijdags en zaterdags heb ik een wienkeltje aan huis. Aardappels. Spitskool. Savooiekool. Witte kool. Spruten. Kroten. Afijn het hele regiment. Al vanaf mijn jeugd was boer zijn mijn ideaal.”
“M’n vader zei: doe dat noe maar niet. Maar na de landbouwschool wou ik m’n eigen baas zijn ee. Van trouwen is het nooit gekommen. Altijd aan het werk. Dat vinden vrouwen niet leuk ee.”
“Ritthem? Ja hoe moet ik het zehhen. Daar ben je mee vergroeid. M’n broer woont tien stappen verder. En m’n vader en moeder zijn in ’96 op het dorp gaan wonen. En daar wonen ze nog.”
“In Vlissingen kom ik af en toe. Voor een afspraak in het ziekenhuis. Of naar het stadhuis voor vergunningen ofzo. Op de boulevard kom ik bijna nooit. Alleen als bezoek daar naartoe wil.”
“Over de nieuwe gevangenis wil ik niks kwijt. Daar heb ik nog een stuk grond liggen. En dat willen ze hebben. Dat moet uitgeruild worden. Dat zijn nu eenmaal de overheidsbeslissingen.”
“Dan hebben ze het over natuur, maar het is toch weer een versnijding van het landschap. Straks dienk ik wat heb ik noe weer allemaal gezeid. Maar aan Ritthem moeten ze niet kommen ee.”